Deze blogbijdrage sluit in sterke mate aan, of is een vervolg op, de alweer drie jaar oude bijdrage 'Tik Tok kunst'.

Vandaag heb ik werk gebracht en opgehangen voor een groepsexpositie in Duitsland.
Een expositie die deze keer exclusief op fotografie is gericht. Het is al heel lang geleden dat ik exposeerde onder de noemer 'fotografie'. Waarom? Omdat ik al heel lang zeg dat ik me geen 'fotograaf' meer voel.
Want fotografen weten alles van hun camera en camera techniek, zij wisten vroeger alles van de gebruikte films, chemicaliën en soorten fotopapier en weten nu alles van photoshop of aanverwante computerprogramma's, weten alles van de digitale techniek die zich nog altijd in rap tempo blijft ontwikkelen met als nieuwste snufje de implementatie van kunstmatige intelligentie.
Voor de echte 'fotograaf' in de echte betekenis van het woord is de 'klik' van de gemaakte foto in principe het eindpunt, de gemaakte foto is zoals hij is en niet anders. Behoudens nog wat kleine verbeterings-ingrepen achteraf waarvan de meesten vroeger in de donkere kamer ook al mogelijk waren, zij het vaak veel omslachtiger.
Voor de echte fotograaf is een onscherpe of slecht belichte foto een ramp. Zij benaderen in mijn ervaring een beeld ook vooral technisch. Welke camera en welke lens is gebruikt, welke resolutie heeft het beeld?
Ik merk steeds weer dat ik zelf heel anders naar een beeld kijk en dat me die hele techniek eigenlijk min of meer gestolen kan worden. Zoals in het statement op mijn site staat: een beeld met een analoge oude Agfa Clack gemaakt dat aan geen enkele technische maatstaf voldoet kan voor mij even spannend zijn als een beeld uit een high tech topcamera.
Voor mij is een gemaakte foto meestal juist het beginpunt van een avontuur, ik gebruik nog steeds beelden die ik lang geleden al maakte maar waar ik toen geen bestemming voor wist, omdat zij destijds bijvoorbeeld niet echt in een verhaal pasten dat ik wilde vertellen. Dat verhaal komt soms pas veel later. Sommigen zullen dat ongetwijfeld de omgekeerde wereld vinden. Maar daarom voel ik mij dus ook al heel lang geen fotograaf meer.
Bij mijn eerste solo-expositie 25 jaar geleden was dat nog anders.
Ik exposeerde in een Oostenrijks museum een serie Alpenlandschappen in zwart-wit. Pure klassieke onbewerkte fotografie. Ik sleepte naast mijn bivakzak, tent en gasbrandertje ook nog een halve rugzak met zware fotoapparatuur en een stevig statief mee. Ik kende mijn camera en kon met de belichtingsmeter overweg, en ik kende na thuiskomst mijn spullen in de doka. En rook na een avond papier badderen lekker ongezond naar ontwikkelaar en fixeer.
Maar toen kwam die grote digitale revolutie, met als onvermijdelijk gevolg ook de exploderende beeldcultuur.
We worden al decennia gebombardeerd met beeld via alle mogelijke kanalen, en de laatste tijd komt daar ook nog steeds meer de vraag bij hoe betrouwbaar beeld nog is. Beeldmanipulatie is zo oud als de fotografie, maar ooit was daar nog wel vakkennis voor nodig terwijl het nu een fluitje van een cent geworden is voor Jan en Alleman.
Maar we weten ook dat alles waar teveel van is uiteindelijk in waarde zal devalueren en dat brengt mij nu steeds meer op de ernstige vraag welke waarde een foto nog heeft. Dan bedoel ik natuurlijk niet zozeer de journalistieke foto's die bijvoorbeeld misstanden zichtbaar maken, zoals foto's van het oorlogsfront die belangrijk zijn om onze geschiedenis levend te houden. De foto's met een sterk en belangrijk verhaal.
Maar hoeveel foto's staan daar tegenover die géén verhaal te vertellen hebben?
We kennen nog vele foto's uit de geschiedenis van de fotografie die we nu 'iconisch' noemen, van grote fotografen of van belangrijke gebeurtenissen. Maar die dateren bijna allemaal uit een tijd dat fotografie als vak nog lang niet voor iedereen was weggelegd. Van zo'n gebeurtenis wás soms maar een enkele foto gemaakt. Waar er nu tientallen zo niet honderden tegelijk worden gemaakt door tientallen zo niet honderden mensen met een camera of mobiele telefoon. Een familieportret? Die ene foto uit 1936 of 1952 die er bestond van opa en oma, die was iconisch voor de kinderen en kleinkinderen want er bestond maar één foto.
Maar is het daarom überhaupt tegenwoordig nog mogelijk om een 'iconische' foto te maken? Onze telefoons staan vol met beelden, we maken er zo langzamerhand duizenden per persoon. Beelden waar we veelal nooit meer naar kijken omdat het er gewoon veel te veel zijn.
Ook voor de maker is de waarde dus gedevalueerd. Daar komt ook nog bij dat bewegend beeld in principe spannender is dan stilstaand beeld. Wat gaat er zo meteen gebeuren, hoe loopt het af? In stilstaand beeld 'gebeurt niets', daar moet je je eigen fantasie op loslaten maar daar hebben we geen tijd meer voor...
Nu ik meedoe aan deze foto-tentoonstelling komt de vraag vanzelf weer boven. Welke van de getoonde beelden hebben nog voldoende zeggingskracht om er bovenuit te springen? Hoeveel van de beelden hebben nog iets te vertellen aan de bezoeker (waarmee ik toch iets anders bedoel dan 'Kijk eens hoe goed ik kan fotograferen') en hoeveel beelden hebben mij niets meer te vertellen omdat ik ze, hoe mooi en perfect ze technisch vaak ook zijn, al duizend keer eerder gezien heb maar dan door anderen gemaakt?
Met voor mijzelf natuurlijk de prangende vraag: hebben mijn eigen beelden nog wel iets te vertellen aan anderen dan mijzelf? Het gaat mij er niet zozeer om of de bezoekers nog wel interesse hebben in mijn beelden, ik weet dat er niets zo persoonlijks is als beeldbeschouwing.
Het gaat mij er veel meer om of de bezoeker überhaupt nog in staat is om beelden echt te bekijken en op zich in te laten werken, gewoon omdat hij er dagelijks honderden ziet.
De vraag gaat trouwens niet alleen over fotografie, de vraag gaat over alles wat met beeld te maken heeft, de foto, het schilderij of het beeldhouwwerk, de film of de video. Het gaat over alles waar we simpelweg teveel van hebben om nog te kunnen verwerken in onze geest. Het gaat over de vraag hoe de mens nu en straks met kunst omgaat.